Soorten vermogensbelasting box 3: uitleg voor 2026 ! Man zit aan zijn bureau zijn belastingaangifte voor box 3 in te vullen.


Box 3 is de belasting op vermogen buiten je woning en onderneming. De Belastingdienst belast in 2026 drie soorten vermogen met elk een eigen forfaitair rendement: banktegoeden tegen 1,28%, beleggingen en overige bezittingen tegen 6,00%, en schulden tegen 2,70%. Over het berekende rendement betaal je 36% belasting. De indeling van je vermogen in de juiste categorie bepaalt direct hoe hoog je belastingdruk uitvalt. Dit artikel legt per categorie uit hoe het systeem werkt, welke vrijstellingen gelden en hoe je de tegenbewijsregeling kunt inzetten.
Banktegoeden vormen de eerste en voor veel particulieren grootste vermogenscategorie in box 3. Hieronder vallen spaarrekeningen, betaalrekeningen, deposito's en contant geld boven de vrijstelling. De Belastingdienst past op deze categorie een voorlopig forfaitair rendement van 1,28% toe voor 2026.

Dit percentage is voorlopig. De definitieve vaststelling volgt begin 2027 op basis van de werkelijke spaarrente in 2026. Dat betekent dat je voorlopige aanslag later nog kan wijzigen.
De volgende bezittingen tellen mee als banktegoed:
Pro-tip: Controleer je banksaldo op precies 1 januari. De Belastingdienst gebruikt de peildatum 1 januari als meetmoment. Een grote storting op 31 december telt dus mee, ook als het geld op 2 januari alweer weg is.
Het forfaitaire rendement van 1,28% ligt voor veel spaarders dicht bij de werkelijke spaarrente. Toch kan de tegenbewijsregeling ook hier voordelig zijn als je rente lager uitvalt. Meer over sparen en beleggen in box 3 lees je in de gids van Ambitionvalley.
Beleggingen en overige bezittingen vormen de zwaarst belaste categorie in box 3. Het forfaitaire rendement voor 2026 staat definitief op 6,00%. Dit percentage is niet voorlopig en wijzigt niet meer na afloop van het jaar.
Onder beleggingen en overige bezittingen vallen:
Het forfaitaire rendement van 6,00% op beleggingen is aanzienlijk hoger dan het werkelijke rendement dat veel beleggers in een matig beursjaar behalen. Juist voor deze categorie is de tegenbewijsregeling het meest waardevol.
Een tweede woning met een WOZ-waarde van €300.000 levert op papier een fictief rendement op van €18.000. Over dat bedrag betaal je 36% belasting, dus €6.480. Als je woning in werkelijkheid minder opbracht, loont het om het werkelijke rendement aan te tonen. De vermogenscategorie bepaalt het toegepaste forfait en daarmee direct je belastingdruk.
Er geldt geen aparte vrijstelling voor beleggingen of overige bezittingen. Het heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon is de enige buffer. Zit je daarboven, dan betaal je over het volledige meerdere het forfaitaire rendement van 6,00%.
Schulden verlagen je belastbaar vermogen in box 3. De Belastingdienst trekt schulden af van je bezittingen, maar past daarvoor ook een forfaitair rendement toe van 2,70%. Dit percentage is voorlopig voor 2026 en kan definitief wijzigen.
Niet elke schuld telt mee. De volgende schulden zijn aftrekbaar in box 3:
Schulden die niet meetellen in box 3:
Er geldt een schuldendrempel van €3.800 per persoon. Alleen het deel boven die drempel is aftrekbaar. Fiscale partners hebben samen een drempel van €7.600.
Pro-tip: Heb je een lening aan een familielid verstrekt? Die vordering staat bij jou als bezitting in box 3 tegen 6,00% forfaitair rendement. Bij de ontvanger telt de schuld mee, maar pas boven de drempel van €3.800. Leg de leningsovereenkomst altijd schriftelijk vast.
De netto vermogenspositie in box 3 is je totale bezittingen minus je aftrekbare schulden. Over dat nettovermogen boven het heffingsvrij vermogen berekent de Belastingdienst het forfaitaire rendement per categorie.
De box 3-berekening werkt in drie stappen. Eerst stel je de waarde van je bezittingen en schulden vast op peildatum 1 januari. Daarna bereken je per categorie het forfaitaire rendement. Ten slotte betaal je 36% belasting over het totale berekende rendement.
| Methode | Voordeel | Nadeel |
|---|---|---|
| Forfaitair rendement | Eenvoudig, geen bewijslast | Kan hoger zijn dan werkelijk rendement |
| Werkelijk rendement | Kan lager uitvallen, minder belasting | Meer administratie en bewijslast |
De tegenbewijsregeling bestaat sinds 2023. Je vult in de aangifte beide methodes in en betaalt over de laagste uitkomst. Het werkelijke rendement omvat waardeveranderingen, dividenden, rente en huuropbrengsten over het hele jaar.
Pro-tip: Houd gedurende het jaar een overzicht bij van alle inkomsten uit je vermogen: rente, dividend, huur en waardeveranderingen. Zonder goede administratie kun je de tegenbewijsregeling niet effectief toepassen in je belastingaangifte box 3.
De voorlopige forfaitaire rendementen op banktegoeden en schulden kunnen begin 2027 definitief worden vastgesteld op een ander niveau. Dat kan leiden tot een hogere of lagere definitieve aanslag. Houd hier rekening mee als je een voorlopige teruggave ontvangt.
Vrijstellingen verlagen je belastbaar vermogen in box 3 direct. De belangrijkste vrijstelling is het heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon in 2026. Fiscale partners hebben samen recht op €118.714.
| Vrijstelling of drempel | Bedrag 2026 |
|---|---|
| Heffingsvrij vermogen per persoon | €59.357 |
| Heffingsvrij vermogen fiscale partners | €118.714 |
| Vrijstelling contant geld per persoon | €672 |
| Schuldendrempel per persoon | €3.800 |
| Vrijstelling groene beleggingen | €26.715 |
Groene beleggingen hebben een aparte vrijstelling van €26.715 per persoon in 2026. Boven die vrijstelling vallen groene beleggingen gewoon in de categorie beleggingen en overige bezittingen. Vanaf 2027 wordt deze vrijstelling afgebouwd, dus profiteer er nu nog maximaal van.
De vrijstellingen gelden per persoon. Fiscale partners kunnen bezittingen onderling verdelen in de aangifte. Dat biedt ruimte om de belastingdruk te verdelen als één partner meer vermogen heeft dan de ander.
Praktische punten om rekening mee te houden:
Meer over vermogen en belastingdruk en hoe je vrijstellingen optimaal inzet, lees je in de uitleg van Ambitionvalley.
Box 3 belast drie vermogenscategorieën met eigen forfaitaire rendementen, en de tegenbewijsregeling biedt beleggers de kans om bij een lager werkelijk rendement minder belasting te betalen.
| Punt | Details |
|---|---|
| Drie vermogenscategorieën | Banktegoeden (1,28%), beleggingen en overige bezittingen (6,00%) en schulden (2,70%) hebben elk een eigen forfait. |
| Belastingtarief box 3 | Over het berekende forfaitaire rendement betaal je 36% belasting in 2026. |
| Tegenbewijsregeling | Je mag kiezen voor het werkelijke rendement als dat lager is dan het forfaitaire rendement. |
| Heffingsvrij vermogen | De vrijstelling is €59.357 per persoon; fiscale partners hebben samen recht op €118.714. |
| Voorlopige percentages | De forfaitaire rendementen op banktegoeden en schulden zijn voorlopig en kunnen begin 2027 definitief wijzigen. |
Het box 3-stelsel werkt nog steeds met fictieve rendementen die niet altijd aansluiten bij de werkelijkheid. Dat is geen technisch detail. Het bepaalt hoeveel belasting je betaalt, ongeacht wat je vermogen werkelijk opbracht.
De tegenbewijsregeling is de meest onderbenutte kans in de huidige box 3-systematiek. Beleggers en vastgoedbezitters die hun werkelijke rendement goed bijhouden, kunnen aanzienlijk minder belasting betalen. De bewijslast ligt bij de belastingplichtige, dus zonder goede administratie laat je geld liggen.
Wat ik in de praktijk zie: veel particulieren weten niet in welke categorie hun vermogen valt. Een vordering op een familielid valt onder beleggingen en overige bezittingen, dus tegen 6,00% forfait. Dat is een groot verschil met een spaarrekening. De indeling van vermogen in de juiste categorie is geen formaliteit. Het is het startpunt van je belastingberekening.
Wetgeving rond box 3 verandert snel. De overgang naar belasting op werkelijk rendement staat gepland, maar de exacte invulling is nog niet definitief. Wie nu zijn vermogensmix en rendementen goed monitort, staat straks sterker.
— Ramin Nourzad
Box 3 lijkt eenvoudig, maar de keuze tussen forfaitair en werkelijk rendement, de verdeling van bezittingen tussen fiscale partners en het correct indelen van vermogen in categorieën maken het al snel complex.

Ambitionvalley begeleidt particulieren en ondernemers bij het correct invullen van de belastingaangifte box 3 en het verlagen van de belastingdruk op vermogen. Ramin Nourzad kijkt samen met je naar je vermogenspositie, de juiste categorisering en de vraag of de tegenbewijsregeling in jouw situatie voordeel oplevert. Via 1-op-1 begeleiding krijg je concreet advies op maat, geen standaardoplossingen.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk fiscaal advies. Plan een gesprek met Ramin voor je eigen situatie.
De Belastingdienst onderscheidt banktegoeden, beleggingen en overige bezittingen, en schulden. Elk type heeft een eigen forfaitair rendement dat bepaalt hoeveel belasting je betaalt.
Het box 3 belastingtarief is 36% over het berekende forfaitaire rendement. Dit tarief geldt over het vermogen boven het heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon.
Je vult in de aangifte zowel het forfaitaire als het werkelijke rendement in en betaalt over het laagste bedrag. De bewijslast ligt bij jou als belastingplichtige.
Het heffingsvrij vermogen is €59.357 per persoon in 2026. Fiscale partners hebben samen recht op €118.714.
Nee. De hypotheekschuld op de eigen woning valt in box 1 en telt niet mee als aftrekbare schuld in box 3. Alleen schulden die niet elders in de aangifte zijn verwerkt, zijn aftrekbaar in box 3 boven de drempel van €3.800 per persoon.

Ik kom niet uit een welvarend gezin en weet wat financiële zorgen zijn. Daarom ben ik fiscalist geworden. Ik zie te veel ondernemers keihard werken en toch onnodig veel belasting betalen door een gebrek aan kennis. Met Ambition Valley zorg ik dat je stopt met te veel belasting betalen en start met het slim opbouwen van je vermogen en pensioen.
LinkedIn